Grensoverschrijnende vordering btw wegens fraude door fiscus burgelijke zaak

De Engelse fiscus heeft een bedrag van ruim £ 40 miljoen gevorderd van een aantal in Denemarken gevestigde vennootschappen en privépersonen, waaronder de vennootschap Sunico ApS (hierna: Sunico).

Volgens de Engelse fiscus hebben de betrokkenen zich op het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk schuldig gemaakt aan btw-carrouselfraude. De betrokkenen konden hiervoor echter niet worden aangesproken op basis van de nationale btw-wetgeving, aangezien zij niet btw-plichtig waren in het Verenigd Koninkrijk. Om die reden heeft de Engelse fiscus een vordering wegens onrechtmatige daad ingediend bij de civiele rechter in het Verenigd Koninkrijk en in Denemarken.

Met gebruikmaking van de mogelijkheden van een verordening inzake administratieve samenwerking op het gebied van de btw heeft de Engelse fiscus inlichtingen gevraagd en gekregen bij de Deense autoriteiten. In de Deense procedure heeft de Deense rechtbank conservatoir beslag op de activa van (onder andere) Sunico toegestaan tot zekerheid van de schadevergoeding. De Deense rechter heeft het HvJ EU verzocht om aan te geven of de verordening 44/2001 inzake de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken van toepassing is op het in het Verenigd Koninkrijk ingestelde beroep. Zo ja, dan moet de rechterlijke bevoegdheid in een grensoverschrijdend geschil volgens deze verordening worden bepaald.

Het HvJ EU merkt in zijn beoordeling van deze zaak op dat de werkingssfeer van deze verordening is beperkt tot burgerlijke en handelszaken. Naar het oordeel van het HvJ EU is de feitelijke grondslag van de ingestelde vordering het beweerde frauduleuze handelen van Sunico, waardoor de rechtsgrondslag niet de nationale btw-wetgeving, maar het civiele recht (namelijk onrechtmatige daad) is. Aangezien de Engelse fiscus in deze zaak geen publiekrechtelijke bevoegdheden uitoefent, kwalificeert de rechtsbetrekking tussen Sunico en de Engelse fiscus als privaatrechtelijk. De omstandigheid dat de hoogte van de vordering overeenkomt met de hoogte van de btw die had moeten worden afgedragen, kan niet worden beschouwd als bewijs dat de Engelse fiscus openbaar gezag uitoefent tegenover Sunico.

De verwijzende rechter zal echter wel moeten toetsen of de Engelse fiscus de (als overheidsinstantie) ingewonnen inlichtingen bij de Deense fiscus heeft gebruikt in de Deense procedure tegen Sunico. Onder ‘burgerlijke en handelszaken’ vallen om die reden ook vorderingen waarmee een lidstaat vergoeding van door btw-fraude ontstane schade vordert van in een andere lidstaat gevestigde rechts- en privépersonen.

Via BTW-PLAZA | btw-kennis | btw-nieuws | btw-advies | Actueel btw-nieuws.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s