Vergrijpboete van 50% voor indienen btw-aangifte op basis van schattingen door administratiekantoor

X, een vennootschap onder firma tussen twee echtgenoten, drijft een administratiekantoor en exploiteert daarnaast een paardenstal. In 2009 is bij een boekenonderzoek geconcludeerd dat de in de administratie vastgelegde omzet en de gedane btw-aangiften niet op elkaar aansloten.

Na het verzoek om alsnog aansluitingsberekeningen te maken, heeft X suppletieaangiften ingediend over de jaren 2005 tot en met 2009. De inspecteur heeft vervolgens naheffingsaanslagen en vergrijpboetes van 50% opgelegd. In het controlerapport van het boekenonderzoek is aangegeven dat de btw-aangifte aan de hand van schattingen is ingediend en dat de aan het einde van het jaar verschuldigde btw niet is afgedragen, maar wel als schuld op de balans is gezet. Gelet op de beroepsuitoefening van X mag het als bekend worden verondersteld dat de afdracht van btw sluitend – en niet op basis van schattingen – plaats dient te vinden, aldus de inspecteur. Bovendien is bij een eerder boekenonderzoek een vergrijpboete opgelegd voor hetzelfde feit, waaruit door X blijkbaar geen lering is getrokken. X heeft tegen de naheffingsaanslag en opgelegde boete bezwaar aangetekend.

Rechtbank Arnhem oordeelde in deze zaak dat sprake is van voorwaardelijk opzet door X en de vergrijpboetes terecht zijn opgelegd. In hoger beroep oordeelt Hof Arnhem-Leeuwarden eveneens dat X voorwaardelijk opzet kan worden verweten. Gelet op het feit dat X een administratiekantoor drijft, moet zij hebben geweten dat zij gehouden was de volledige omzet te verantwoorden in de administratie en btw-aangiften.

Door dit na te laten, heeft X willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat te weinig btw zou worden betaald. Het feit dat X aan de inspecteur een jaarrekening heeft gestuurd waarin is vermeld dat sprake is van een btw-schuld, is volgens het hof geen vrijwillige verbetering omdat de niet betaalde btw-bedragen niet uitdrukkelijk kenbaar zijn gemaakt aan de inspecteur. De suppletieaangiften kwalificeren volgens het oordeel van het hof evenmin als vrijwillige verbeteringen, omdat deze zijn ingediend toen het boekenonderzoek reeds was ingesteld.

De ziekte en het overlijden van één van de medewerkers van X, die verantwoordelijk was voor de btw-aangifte, zorgt evenmin voor een rechtvaardiging van de handelwijze van X. Bovendien is sprake van een repeterend feit, nu aan X reeds eerder om dezelfde reden een vergrijpboete is opgelegd. Het hof verklaart het hoger beroep van X daarom ongegrond.

Zie 14.4 voor meer informatie over het indienen van de btw-aangifte.

Via BTW-PLAZA | btw-kennis | btw-nieuws | btw-advies | Actueel btw-nieuws.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s