Inspecteur heft op factuur vermelde niet-afgedragen btw terecht na

Gerechtshof Amsterdam oordeelde onlangs dat de op de facturen vermelde btw in 2006 verschuldigd is geworden. Dat de werkzaamheden waarop de facturen betrekking hebben in 2005 zijn verricht, doet volgens het hof niet ter zake.

Belanghebbende verricht elektrotechnische werkzaamheden. In 2005 en 2006 verricht hij werkzaamheden voor een opdrachtgever. In 2006 reikt hij facturen uit aan de opdrachtgever. De facturen vermelden te betalen bedragen aan btw. Belanghebbende draagt deze btw echter niet af. Naar aanleiding van een boekenonderzoek legt de inspecteur een btw-naheffingsaanslag op in verband met de niet-afgedragen btw. Belanghebbende stelt onder andere dat de btw bij de opdrachtgever moet worden nageheven, omdat deze naar de opdrachtgever is verlegd.

Hof Amsterdam oordeelt dat belanghebbende de btw in 2006 verschuldigd is geworden. Dat de werkzaamheden waarop de facturen betrekking hebben (grotendeels) in 2005 zijn verricht, doet volgens het hof niet ter zake. Op grond van art. 37 Wet OB 1968 is belanghebbende de btw namelijk verschuldigd op het moment dat hij de factuur uitreikt. Het hof verwerpt vervolgens ook de stelling van de man dat de btw bij de opdrachtgever nageheven had moeten worden. Volgens het hof heeft de inspecteur namelijk gehandeld conform een besluit uit 2012. De naheffingsaanslag blijft in stand.

Via Belastingen en rechtsvormen details – Plein +.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s